Het College van Huiszittenmeesters was een stedelijke instelling die al rond 1400 in Amsterdam werd opgericht. Deze instelling droeg de zorg voor ‘huiszittende’ armen – mensen die in armoede leefden maar wel een eigen huis hadden. Zij ontvingen steun in de vorm van aalmoezen zoals brood, boter en turf. De Huiszittenmeesters waren nauw verbonden aan de Oude Kerk; hier deelden zij de aalmoezen uit, verzorgden zij een altaar en hielden zij kantoor. Toen de kerk in de periode 1493 en 1510 werd uitgebreid met een reeks zijkapellen, besloot het College van Huiszittenmeesters aan de bouw bij te dragen door een kapel te stichten.
Het College van Huiszittenmeesters bestond doorgaans uit invloedrijke burgers, die soms ook als schepen of burgemeester de stad dienden. Het is dan ook niet verwonderlijk dat het College in staat was om, naast de
gilde
n en rijke burgemeesters, óók een kapel te bouwen. Het is echter niet precies vast te stellen welke huiszittenmeester het initiatief nam of toezicht hield op de bouw van de kapel – hiervoor ontbreken archiefstukken.
Het Sint Hieronymusaltaar, dat eerder elders in de kerk door de Huiszittenmeesters werd verzorgd, werd verplaatst naar de nieuwe kapel. Hier vonden missen plaats en werden aalmoezen uitgedeeld. Kort na de bouw werd aan de kapel een zijruimte toegevoegd, die dienstdeed als kantoor van het College. Toen de Huiszittenmeesters in 1654 verhuisden naar een nieuw gebouw aan het Waterlooplein, werd deze ruimte in gebruik genomen als
Kerkmeesterskamer
.
In de katholieke tijd stonden in de Oude Kerk talloze heiligenbeelden en
altaren
die aan specifieke heiligen waren gewijd. Deze overleefden de Beeldenstorm en de daaropvolgende [
Alteratie
] niet. Voor de protestanten golden rijk versierde altaren en beelden van heiligen namelijk als afgoderij; zij streefden naar een sober kerkinterieur dat de aandacht niet zou afleiden van de eredienst. Ook het Sint Hieronymus altaar dat in de Huiszittenkapel stond, overleefde deze periode niet.
Daarnaast zijn na de Alteratie de
gewelfschildering
en van de Oude Kerk overschilderd, ook dit werd gedaan om een soberder kerkinterieur te creëren. Tijdens de restauratie die in 1955 begon zijn de gewelfschilderingen grotendeels hersteld. Sindsdien zijn op het gewelf van de Huiszittenmeester kapel weer twee afbeeldingen te zien; van Christus als man van Smarten en van de Genadestoel. Beide afbeeldingen sluiten thematisch aan bij het College van Huiszittenmeesters.
Minimaliseer de omschrijving