Broederschappen kunnen worden gezien als religieuze gilden. Ze namen onderlinge steun, religieuze devotie en de financiering van kerkelijke activiteiten op zich. Ze hielden missen, organiseerden liefdadigheid en zorgden voor de instandhouding van altaren en kapellen binnen de kerk.
In de Oude Kerk waren vijf broederschappen actief; de Onze-Lieve-Vrouwebroederschap (stichtte de oude en de nieuwe Mariakapel), de Hamburger Broederschap (stichtte de Hamburger Kapel, gewijd aan Sint Petrus en Paulus), de Maria Magdalena Broederschap (enkel met vrouwelijke leden), het Heilig Sacramentsgilde en het Elfde-Misgilde.