In de vijftiende eeuw had Amsterdam intensief handelscontact met steden in de Oostzeeregio, waaronder Hamburg. Er kwamen steeds meer Hamburger kooplieden naar de stad, en sommigen verbleven hier maanden achtereen. Om hun religieuze en sociale belangen te behartigen, besloten de Hamburgers zich in Amsterdam te verenigen in een broederschap dat bekend werd als het Hamburger Broederschap. Rond dezelfde tijd werd de Oude Kerk uitgebreid, en het broederschap besloot daaraan bij te dragen door een kapel te stichten: de
Hamburgerkapel
.
De bouw en functie van de Hamburgerkapel
De Hamburgerkapel werd gebouwd als onderdeel van een grotere uitbreiding van de kerk, die tussen ongeveer 1493 en 1510 werd voltooid. Omdat veel leden van het Hamburger Broederschap niet permanent in Amsterdam woonden, hadden ze iemand nodig die hen kond vertegenwoordigen tijdens de bouw van de kapel. Die rol werd opgepakt door herbergiers uit de Warmoesstraat, waar toen vier herbergen stonden die onder
Dak
boden aan de zogeheten "Oostzeevaarders". Eén van hen was Beth Jansz, herbergier én burgemeester van Amsterdam in 1494. Hij nam de financiën voor zijn rekening en deelde de taak als vertegenwoordiger samen met zijn collega-herbergiers Claes Gaeff, Karsten Roelofsz. en Jan Janssen. Zo hebben de Hamburgers de kapel dus aan hun herbergiers te danken.
De Hamburgerkapel was niet alleen een plaats van devotie, maar had voor het Hamburger Broederschap ook een sociaal-maatschappelijke functie. Dergelijke
broederschappen
, waarvan er vijf actief waren in de Oude Kerk, speelden een belangrijke rol in de middeleeuwse stad: ze ondersteunden elkaar, financierden religieuze activiteiten en liefdadigheid, hielden missen en zorgden voor
altaren
en kapellen.
In de katholieke tijd stonden in de Oude Kerk talloze heiligenbeelden en altaren die aan specifieke heiligen waren gewijd. Deze overleefden de Beeldenstorm en de daaropvolgende [
Alteratie
] niet. Voor de protestanten golden rijk versierde altaren en beelden van heiligen namelijk als afgoderij; zij streefden naar een sober kerkinterieur dat de aandacht niet zou afleiden van de eredienst. Aan de hand van historische bronnen is het grotendeels gelukt te reconstrueren welke beelden en altaren zich op verschillende plekken in de kerk bevonden. In de Hamburgerkapel stond een altaar dat was gewijd de apostelen Petrus en Paulus, de beschermheiligen van het Hamburger Broederschap.
Daarnaast zijn na de Alteratie de polychrome
gewelfschildering
en van de Oude Kerk overschilderd, ook dit werd gedaan om een soberder kerkinterieur te creëren. Tijdens de restauratie die in 1955 begon zijn de gewelfschilderingen grotendeels hersteld. In de Hamburgerkapel zijn de [gewelven beschilderd met twee afbeeldingen van Maria].
Minimaliseer de omschrijving