Een kritische noot bij de schutterijen in de Oude Kerk
Na de
Alteratie
kreeg de Oude Kerk, naast haar religieuze functie, steeds meer een sociaalmaatschappelijke rol. Het was niet alleen een plaats voor gebed, maar ook een plek waar men samenkwam. Zeker ook de hand- en voetboogschutters vormden een belangrijk onderdeel van dit netwerk. Anders dan de ambachtsgilden, die van oorsprong een veel religieuzer en professioneler karakter hadden dan de schuttersgilden, waren de schutterijen vooral ook sociale verenigingen waar de elite van Amsterdam samenkwam.
Deze elite moet binnen een koloniale context worden geplaatst. Het regentenpatriciaat opereerde binnen een hecht netwerk, waarin familiebanden en welvaart doorslaggevend waren. Hun vermogen was vaak direct verbonden met de handel in specerijen, slavernij en koloniale bezittingen. Daarnaast bekleedden zij diplomatieke functies binnen het stadsbestuur en in koloniale instellingen zoals de Verenigde Oost-Indische Compagnie (
VOC
) en de West-Indische Compagnie (
WIC
). Via sociale verbanden zoals schutterijen wisten zij hun status en rijkdom te behouden en verder uit te bouwen. Bovenal droegen zij gezamenlijk bij aan het in stand houden van een koloniale staat die wereldwijd verantwoordelijk was voor uitbuiting en moord.
In de katholieke tijd stonden in de Oude Kerk talloze heiligenbeelden en
altaren
die aan specifieke heiligen waren gewijd. Deze overleefden de Beeldenstorm en de daaropvolgende [Alteratie] niet. Voor de protestanten golden rijk versierde altaren en beelden van heiligen namelijk als afgoderij; zij streefden naar een sober kerkinterieur dat de aandacht niet zou afleiden van de eredienst. Aan de hand van historische bronnen is het grotendeels gelukt te reconstrueren welke beelden en altaren zich op verschillende plekken in de kerk bevonden. In de Sint-Joriskapel stonden drie altaren, waarvan twee gewijd aan Sint Joris en een aan Sint Pancras.
Daarnaast zijn na de Alteratie de polychrome
gewelfschildering
en van de Oude Kerk overschilderd, ook dit werd gedaan om een soberder kerkinterieur te creëren. Tijdens de restauratie die in 1955 begon zijn de gewelfschilderingen grotendeels hersteld. Sindsdien zijn de drie wapenschilden van Sint Joris weer zichtbaar.
Minimaliseer de omschrijving