Nuur maakt tijdens de looptijd van de tentoonstelling een serie van honderd vazen in de Oude Kerk. De klei hiervoor vermaalt hij met grondstoffen die hij verzamelt uit alle delen van Amsterdam, de stad die zijn 750-jarig bestaan viert in 2025. Wekelijks trekt hij de stad in om mineralen en grondstoffen te vinden.
In de Sebastiaanskapel bevindt zich de werkplaats waar binnen- en buitenwereld samenkomen. Het is de plek waar Nuur bewaart, onderzoekt en prepareert. Hij vermengt verschillende kleisoorten met de verzamelde mineralen en grondstoffen en duwt als een conceptuele alchemist de ziel van de stad in de klei. In de werkplaats, de droogkas en de maalkamer voltrekken zich de verschillende stappen van het maakproces. De lange uren in dewerkplaats, het geduldige malen van klei en mineralen in de maalkamer, de weken drogen in de droogkas komen ten slotte samen in een handgevormd kleinood: de vaas. De nog niet afgebakken vazen voorziet Nuur van letterlijke indrukken van de stad door ze tegen gevels en straatmeubilair te duwen. De sporen van de stad en het stollen van de tijd worden zichtbaar op de vazen. Voor Nuur blaast het werkproces de vaas leven in, energie die de vaas weer doorgeeft aan de ontvanger.
De stadsvazen worden in het laatste weekend van de tentoonstelling opgeslagen in de Sebastiaanskapel. Daar bevindt zich op vijf meter hoogte een ijzeren deur in een muur, met daarachter de IJzeren Kapel waar zich van 1515 tot 1892 de stedelijke stadskluis bevond. Vanaf 2025 fungeert de IJzeren Kapel weer als kluis, nu voor de vazen van Nuur.
Elk jaar wordt er een stadsvaas uit de kapel geveild. De Oude Kerk zal de opbrengst gebruiken om een platform te bieden aan creatieve experimenten en om kunst en cultuur in de kerk levend te houden. Pas in 2125, als Amsterdam 850 jaar bestaat, zijn alle stadsvazen uit de kerk vertrokken en is het kunstproject voltooid.
| Artist | Nuur, Navid |
| Periode |
21e eeuw
(2125) |
| Locatie | Sint-Sebastiaanskapel |
Nuur maakt tijdens de looptijd van de tentoonstelling een serie van honderd vazen in de Oude Kerk. De klei hiervoor vermaalt hij met grondstoffen die hij verzamelt uit alle delen van Amsterdam, de stad die zijn 750-jarig bestaan viert in 2025. Wekelijks trekt hij de stad in om mineralen en grondstoffen te vinden.
In de Sebastiaanskapel bevindt zich de werkplaats waar binnen- en buitenwereld samenkomen. Het is de plek waar Nuur bewaart, onderzoekt en prepareert. Hij vermengt verschillende kleisoorten met de verzamelde mineralen en grondstoffen en duwt als een conceptuele alchemist de ziel van de stad in de klei. In de werkplaats, de droogkas en de maalkamer voltrekken zich de verschillende stappen van het maakproces. De lange uren in dewerkplaats, het geduldige malen van klei en mineralen in de maalkamer, de weken drogen in de droogkas komen ten slotte samen in een handgevormd kleinood: de vaas. De nog niet afgebakken vazen voorziet Nuur van letterlijke indrukken van de stad door ze tegen gevels en straatmeubilair te duwen. De sporen van de stad en het stollen van de tijd worden zichtbaar op de vazen. Voor Nuur blaast het werkproces de vaas leven in, energie die de vaas weer doorgeeft aan de ontvanger.
De stadsvazen worden in het laatste weekend van de tentoonstelling opgeslagen in de Sebastiaanskapel. Daar bevindt zich op vijf meter hoogte een ijzeren deur in een muur, met daarachter de IJzeren Kapel waar zich van 1515 tot 1892 de stedelijke stadskluis bevond. Vanaf 2025 fungeert de IJzeren Kapel weer als kluis, nu voor de vazen van Nuur.
Elk jaar wordt er een stadsvaas uit de kapel geveild. De Oude Kerk zal de opbrengst gebruiken om een platform te bieden aan creatieve experimenten en om kunst en cultuur in de kerk levend te houden. Pas in 2125, als Amsterdam 850 jaar bestaat, zijn alle stadsvazen uit de kerk vertrokken en is het kunstproject voltooid.
| Oude kerk Adlib Collect priref | 2430 |